Marsal

Geschiedenis van de stad Marsal

Marsal ligt in het hoge dal van de Seille bij twee armen van de rivier. De plek werd al bewoond tijdens de nieuwe steentijd. De zoutwaterbronnen werden in het bronzen tijdperk al ontgonnen, tot aan het eind van de 17e eeuw. Eerst tijdens het ijzeren tijdperk volgens de aardewerktechniek, wat op een diepte van 12 meter resten in de vorm van talloze aardewerken staven opleverde. In de Gallische tijd wordt Marsal een handelsplaats vanwege de strategische ligging op de weg van Straatsburg naar Boulogne-sur-Mer via Metz. De bronzen en zilveren Gallische munten getuigen van deze periode, evenals een zerk met de inscriptie ‘vicani Marosallenses’ uit 44 v.Chr., die nu bewaard wordt in het Departementaal Zoutmuseum van Marsal. In de 7e eeuw sloeg de stad zijn eigen munten, de ‘marsallo vico’. Tot aan de 16e eeuw geniet de zoutwinning grote uitbreiding onder het bewind van de bisschoppen van Metz.

La Place forte ©Moselle Tourisme

De vestingstad
© Moselle Tourisme

In de tweede helft van de 13e eeuw valt Marsal onder het bisdom Metz, dat de stad laat versterken. Marsal is een bron van geschillen tussen de hertogen van Lorraine en de bisschoppen van Metz. Hendrik II van Frankrijk verovert de stad in 1552. Eenmaal ingelijfd bij Frankrijk worden de versterkingen van Marsal uitgebreid met een Italiaans bastionsysteem. Karel II van Lorraine, overwinnaar aan het eind van de 16e eeuw, voegt ter bescherming van de stad een verdedigingssysteem met bastions toe.

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) veegt vervolgens de streek van de kaart. De Franse koning Lodewijk XIV krijgt in 1663 de overhand op de opvolger van Karel III. Op aanraden van Vauban worden de grafelijke fortificaties in 1673 hersteld door Saint-Lô en vervolgens in 1679 door Vauban. De architect verandert van mening en laat de vestingwerken ontmantelen in 1685 om ze in 1699 weer op te bouwen. Na de dood van hertog Stanislas in 1766 wordt Lorraine bij Frankrijk getrokken en verliest Marsal zijn strategische belang als grensplaats. De vesting dient als inkwartiering voor de troepen en wordt verlaten in 1804. Maar de val van het rijk van Napoleon en het verlies van het Saarland verandert de positie van Marsal. Vanwege de ligging in de buurt van de grens worden de fortificaties in 1816 gerestaureerd. In de jaren 1830-1840 komen er militaire gebouwen bij. In 1853 is Marsal een derde klas vestingstad. De stad geeft zich echter snel over in 1870 en wordt na de annexatie gedeeltelijk ontmanteld.

La Porte de France ©Moselle Tourisme

De France Poort
© Moselle Tourisme

De opmerkelijke poort Porte de France

huisvest het Departementaal Zoutmuseum dat de geschiedenis van het zout van het bronzen tijdperk tot heden beschrijft. Ontdek dit voormalige vestingstadje via een door de VVV van Vic-sur-Seille uitgegeven circuit.

 

 

Bezoek aan de vestingstad Marsal

U komt aan via de prachtige Franse Poort aan de westkant. Deze poort werd eerst Porte Notre-Dame genoemd. De poort is rijkelijk versierd met pilasters en een gebiesd metselwerk uit het eind van de 16e eeuw. De poort bestaat uit twee bogen, voorzien van twee parallelle doorgangen na een ophaalbrug: de ene voor de vesting en de andere voor de zoutwinning en het vervoer van hout en zout.

Eenmaal binnen ontdekt u drie van de vier kazernes in Vaubanstijl, gebouwd vanaf 1666, twee aan twee geplaatst langs de doorgangsweg. Elke kazerne bevatte oorspronkelijk 12 stallen, 24 slaapzalen en een proviandzolder.

Sentier des mares salées ©Moselle Tourisme

Zoutvennenpad
© Moselle Tourisme

Ga ook het bijzondere zoutvennenpad op, dat u via houten loopbruggen langs een waterplas leidt die vol staat met een zoutminnende flora. De meest bekende plant die er groeit, is de zeekraal.

Steek de weg over en loop richting het Romeinse bastion en het bastion van de oude stad, hersteld in de 17e eeuw. Neem de voormalige gracht die ooit meer dan 80 meter breed was. Ga naar het in 1848 gebouwde arsenaal, een gebouw dat uit dertien traveeën bestaat. Dan naar het huis van de gouverneur van de zoutmijnen, en naar het plein dat waarschijnlijk rond 1625 aangelegd werd door Jean La Hiere (lid van een architectengeslacht in dienst van de hertogen van Lorraine). Gewijzigd in de 18e eeuw en grotendeels herbouwd in 1823-1824.

U komt langs het Paviljoen van Bourgogne, voormalige kazerne die de naam van de voormalige Poort van Bourgogne draagt, dat zich aan de oostkant van de vestingstad bevond. Let op de woonpanden, bijzonder vanwege hun kelderdeuren die wijzen op een actieve plaatselijke wijnbouw tot aan het begin van de 20e eeuw. De militaire gebouwen werden na 1871 verlaten en omgebouwd voor de landbouw, voornamelijk in voorraadschuren of boerderijen.

Op de Place d’Armes, midden in het stadje, ziet u woningen van notabelen met versierde gevels uit de 18e eeuw.

Collégiale Saint-Léger   ©Moselle Tourisme

Collegiale kerk Saint-Léger
© Moselle Tourisme

Loop door naar de opmerkelijke collegiale kerk Saint-Léger (12e-19e eeuw) waar de abdis Clémence van Neumünster (Luxemburg) in 1222 een kapittel van zeven kanunniken installeerde. De romaanse architectuur van de Boven-Rijn werd op deze manier geïntroduceerd in Marsal en is te herkennen in de fraaie kapitelen en sluitstenen met engelenhoofden, gebladerte en burgers uit de middeleeuwen. U ziet er ook de resten van een graf uit de 14e eeuw, meesterwerk van de Lotharingse School, ligbeelden ter ere van de familie De Salm, en het grafmonument van Fouquet de la Routte, een edelman uit de Dauphiné en gouverneur van Marsal in 1589. De collegiale kerk Saint-Léger is op het ogenblik onderhevig aan restauratiewerkzaamheden. De heropening wordt in de loop van 2014 feestelijk gevierd.

Close Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>