Thionville

Geschiedenis van de stad Thionville

Plan de Thionville du XVIIIème siècle ©Mairie de Thionville

Plattegrond van Thionville uit de 18e eeuw
© Gemeente Thionville

Thionville wordt voor het eerst vermeld in het jaar 753 in een kroniek over de komst van Pepijn de Korte. ‘Theodonis Villa’ krijgt een paleis en de Karolingische soevereinen houden er grote politieke en religieuze vergaderingen, Karel de Grote in het bijzonder: hij komt zes keer naar Thionville.

Vanaf de 10eeeuw wordt Thionville bij het Heilige Roomse Rijk gevoegd en vervolgens, in het begin van de 11e eeuw, leengoed van de graven van Luxemburg. Hendrik V van Luxemburg verleent de stad stadsrechten in 1239.

Thionville is Bourgondisch vanaf 1461, in het kader van de Zeventien Provinciën. De stad is eigendom van het Habsburger Huis in 1477 en valt vervolgens onder het Rijk van keizer Karel na zijn troonsbestijging in 1519.

Thionville wordt in 1558 ingenomen door Frans van Guise, maar Frankrijk geeft de stad het jaar daarop terug. Thionville capituleert in 1643, na een vergeefse bestorming in 1639, voor Lodewijk II van Bourbon-Condé en wordt officieel Frans in 1659 door de Vrede van de Pyreneeën.

De annexatie aan Frankrijk blijkt een voordeel voor Thionville. De stad maakt onder de regering van Lodewijk XIV een bestuurlijke en rechtelijke groei door en ontwikkelt tegelijk een belangrijke militaire rol. De vestingstad bezwijkt niet onder de belegeringen van de geallieerden in 1792 en de Pruisische legers in 1814 en 1815.

De Frans-Duitse oorlog van 1870 spaart de stad echter niet en richt grote schade aan. Na de Vrede van Frankfurt is de stad bijna een halve eeuw lang bij Duitsland ingelijfd. Tijdens deze periode, na de sloop van de stadsmuren, wordt de stad flink uitgebreid. Op 22 november 1918 wordt Thionville bevrijd en in 1920 onderscheiden door Raymond Poincaré met het Kruis van het Erelegioen.

Van mei 1940 tot november 1944 is Thionville weer bezet en ondergaan de inwoners deportaties en verbanningen. Thionville, door Millerand omgedoopt tot ‘IJzerstad’, maakt na de oorlog een belangrijke groei door dankzij de ontwikkeling van de staalindustrie.

Ondanks de economische crisis en de sluiting van Usinor in 1977 profiteert Thionville van een uitzonderlijke ligging en goede verbindingen op de ruggengraat van de Europese Gemeenschap, in de buurt van drie landen waarmee de stad historische en commerciële banden heeft sinds de oudheid.

De vestingwerken van Thionville

Tour aux Puces & copy;Mairie de Thionville

Tour aux Puces
© Gemeente Thionville

De eerste fortificaties van Thionville dateren van de 10e-11eeeuw, als de graven van Luxemburg besluiten er een vesting te bouwen. Ze bouwen een burcht waarvan alleen de vestingtoren over is, de beroemde Tour aux Puces, nu een nationaal museum gewijd aan de archeologie.

Helaas zijn de middeleeuwse vestingwerken bestaand uit hoge paramentwerken van steen en metselwerk niet bestand tegen de vooruitgang in de artillerie aan het begin van de moderne tijd. In de 16eeeuw worden de ‘hoge’ stadsmuren gesloopt en vervangen door een nieuwe versterkingsarchitectuur: het bastionsysteem.

In de 17eeeuw maakt Antoine des Fossez dit werk af. De nieuwe ruimte tussen de oude en nieuwe vestingwerken wordt voornamelijk gebruikt voor militaire doeleinden ter verbetering van de verdedigingszones: hoornwerk, halvemanen en halve bastions zien het daglicht.

Thionville, Frans dankzij de Vrede van de Pyreneeën (1659), valt onder het dispositief van Vauban, met als gevolg dat de bestaande fortificaties versterkt worden met losstaande halvemanen en de aanleg van een brug over de Moezel die beschermd wordt door een hoornwerk op de rechteroever.

Porte de Saarlouis ©Mairie de Thionville

Poort van Saarlouis
© Gemeente Thionville

In de 18eeeuw is de rechteroever geheel versterkt. De ingenieurs Tardif en Duportal laten een eerste kroon bouwen tussen 1727 en 1735. Het bekroonde werk van Yutz ziet het daglicht onder de vlag van Louis de Cormontaigne: een verdedigingslinie bestaande uit drie grote bastions, een monumentale ingang (de Poort van Saarlouis en ten slotte het boren van een afwateringskanaal dat verwoestende overstromingen in Thionville moet voorkomen. De werkzaamheden duren van 1745 tot 1753.

Om het afwateringskanaal te beschermen en continuïteit te verzekeren tussen de stadsmuren worden verdedigingsbruggen gebouwd, de zogenaamde sluisbruggen, tussen 1746 en 1752, naar eht ontwerp van Louis de Cormontaigne.

Fort de Guentrange ©Mairie de Thionville

Fort Guentrange
© Gemeente Thionville

In de 20e eeuw komt het concept van gegroepeerde forten, in het Duits ‘Festen’ genoemd, in opkomst. Een geheel van gebouwen en gevechtsblokken, onderling verbonden door onderaardse tunnels voor gecoördineerde acties. Fort Guentrange is hiervan een perfect voorbeeld, bedrijfsklaar in 1906.

 

 

Close Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>